Chinese Tibetaanse en Nepalese bouddhas

‘Boeddha’ verwijst in essentie naar de historische Boeddha, Siddhartha Gautama (overleden rond 400 BCE). De boeddhistische canon breidde echter al snel uit en verschillende Boeddha’s, bodhisattva’s en historische figuren die de verlichting bereikten, werden onderwerp van de boeddhistische sculptuur. De uitbeelding van de verschillende figuren is gebonden aan regels wat iconografie en stijl betreft, wat er ook voor zorgt dat experten door kennis van die regels de uitgebeelde figuur kunnen identificeren bij een taxatie. In China maakt de boeddhistische beeldhouwkunst het belangrijkste deel uit van de religieuze sculptuur. Al van voor de tijdrekening zijn boeddha’s overgeleverd, maar pas vanaf de vierde eeuw was er sprake van een gevestigde productie. De Chinese Boeddhabeelden waren oorspronkelijk bestemd voor aanbidding, pas vanaf de Ming-dynastie (1368-1644) kregen ze ook een artistieke of decoratieve waarde. Typisch voor de Chinese stijl zijn de fijne lichamen en de dikkere kleding, al varieerde dit ook in uitwisseling met andere boeddhistische landen. Een van die andere landen waar boeddhistische sculptuur een belangrijke rol inneemt in de kunst is Nepal. De Nepalese sculptuur wordt gekenmerkt door een elegante, vloeiende stijl. Een verscheidenheid aan materialen komt voor: van steen over metaal tot hout. Ook in Tibet was er een rijke productie van boeddhistische sculptuur. Het boeddhisme deed er zijn intrede in de 7de eeuw voor onze tijdrekening. De boeddhistische sculptuur van Tibet kende vanaf de heerschappij van Songtsen Gampo (605-650) een echte opgang. Daarnaast werden er in Tibet veel boeddhistische beelden geïmporteerd vanuit India, Nepal en China. Tot de 13de eeuw stond de Tibetaanse boeddhistische sculptuur voornamelijk onder invloed van India. Daarna en tot de 20ste eeuw zullen de Tibetaanse boeddha’s ook sterk geïnspireerd worden door Nepalese en Chinese sculptuur. Die beïnvloeding vond ook plaats in de omgekeerde richting. Een expert kijkt bij een waardebepaling naar de stijl, iconografie en gebruikte materialen om het Chinese, Nepalese of Tibetaanse Boeddhabeeld te lokaliseren en dateren. Op basis daarvan volgt ook de waardebepaling.